Categoriearchief: Columns

Beatrix en Socrates

Sinds ik een paar zielige exemplaren van de straat heb gered, verzorgen we een aantal redelijk onooglijke zwartgrijze krielkippen. De haan en de ‘underdog-hen’(zij wordt door de andere hennen gepikt) kosten alleen maar geld: in ruil voor de dagelijkse graantjes en korstjes brood, krijg ik een drassige klets voor de keukendeur. De oude hen legt al lang geen eitjes meer; de haan heeft dat nog nooit gedaan. We zien hier dus een voorbeeld van kostenineffectiviteit. Maar is dit ook zo? De haan en de oude hen zijn onafscheidelijk. Waar de haan is, is de oude hen en andersom. Elke dag zie ik hoe de haan op een liefdevolle wijze een korstje brood voor de oude hen neerlegt. Daarna zoeken ze hun plekje in de tuin weer op en gaan getweeën tegen elkaar onder de appelboom zitten. Deze liefdevolle tafereeltjes, geven een gevoel van mildheid en laissez-faire. Dat gevoel neem je mee als je weer aan het werk gaat. Je kijkt dan anders naar vraagstukken. Ik denk dat je door dat gevoel breder kunt kijken, omdat je niet direct focust op je eigen meningen en gedachtegoed, maar meer openstaat voor andere invalshoeken van andere mensen en andere kennisdisciplines. Hierdoor verbreedt je blikveld, waardoor je in staat bent meer geïntegreerde oplossingen te bedenken. Het laissez-faire gevoel helpt misschien wel om vraagstukken van wat meer op afstand te bezien, waardoor je beter kunt herkennen wat de essentie is. Hierdoor is het mogelijk om betere en slimmere oplossingen te bedenken. Als je puur kijkt naar het uitgavenpatroon zijn de haan en de oude hen een voorbeeld van kostenineffectiviteit. Als je breder kijkt naar performance, waarbij ik denk aan kwantitatief moeilijk te definiëren begrippen als innovatievermogen, creativiteit en welzijn, zijn de haan en de oude hen, uiterst kosteneffectief. Wat is het kansrijk om in onze huisvestingswereld, waar ons uitgavenpatroon zo onder druk staat, te zoeken naar oplossingen die vanuit hun eenvoud bijdragen tot de voorwaarden van verbinding, respect en zorgvuldig kunnen luisteren naar elkaars ideeën en inzichten. Uiteindelijk leidt dit tot een versterking van de organisatie en maken we het leuker voor onszelf.

Iris Bakker www.levenswerken.eu

Sprong

Na een zwaar verkeersongeval kwam de man op de Intensive Care afdeling terecht van een gerenommeerd ziekenhuis. Hoewel de man er ernstig aan toe was, had hij nog volop levensenergie; verder had hij nooit last gehad van depressies, laat staan onwelriekende gedachten.
De beademingsapparatuur maakte zuigende geluiden. Als het infuus werd verwisseld ketsten de metalen stangen tegen elkaar. Het matras knerpte bij elke beweging. Als er iets naars dreigde in een andere kamer dreunden de klossende klompschoenen van de hardlopende verpleegkundigen over het gladde marmoleum in je oren door, terwijl ze riepen om een arts. De ruimte was wit, OMO-wasmiddel wit, net als de kleding, of het plafond, of de lakens, het formica van de tafel of de wastafel en de kastjes. Stoelen waren met skai bekleed. Je kon door een smal raampje naar buiten kijken, maar op de negende verdieping zag je geen enkele boom, hoogstens een verdwaalde kokmeeuw. De TL balken verspreidden wit licht. Er hing een schilderij van Kandinsky. De man werd door middel van een zachtgeel gordijntje gescheiden van zijn buurman, die er nog veel slechter aan toe leek te zijn, gelet op het permanente rochelende geluid. Ja, dat gerochel samen met die pieptoon van de bewakingsapparatuur, dat resoneerde steeds sterker… steeds luider… je ging vanzelf letten op het ritme.
Het ziekenhuis was zonder meer modern en goed geëquipeerd. De fabrikant van de beademingsapparatuur had kwaliteit geleverd met een hoge nauwkeurigheidsgraad. De marmoleum vloeren met opstaande plinten waren uitstekend te reinigen net als de skai bekleding. En wit is nu eenmaal de kleur van hygiëne, zo zal een witte porseleinen WC pot, altijd schoner ogen dan een gekleurde of een metalen, hoe je ook poetst. En de lichtintensiteit was zodanig dat de verpleegkundigen goed hun werk konden doen, zoals een infuus aanbrengen of de bloeddruk meten. Het schilderij van Kandinsky was een aardig bedoelde toevoeging om het wat leefbaar te maken, bovendien een wereldberoemd schilderij. Alle onderdelen waren dus het resultaat van specifieke doordachte processen.
Maar nu die arme man:
De hardheid van de omgeving, metalen geluiden, die harde geluiden denderden door z’n hoofd, het resoneren van het gerochel werd een deel van zijn leven. Je zag alleen maar het harde wit of grijswit, geen aardse kleuren of tinten die neigden naar een warme omhulling. Nergens een boom te bekennen, alleen heel ver weg wat grijze lucht. En dat schilderij: een patiënt, die in deze contreien nauwelijks fit is te noemen, ziet er nare punten in, punten die op levensgevaarlijke injectienaalden lijken, die aderen niet kunnen vinden en die nu vervaarlijk op je af komen. En die verpleegkundige ziet er ook zo vaal uit in dat witte licht. Maar het ergste is het geluid, dat nooit stopt: je ligt te wachten tot het hartslagritme dat de bewakingsapparatuur laat zien, over gaat in een doorgaande toon.
De man die eerst nog wel levensenergie had, begon te twijfelen aan de zin van het aardse bestaan. Daarboven zou het beslist vriendelijker zijn, een veilige zachte omhulling, sprankelende zonneschijn, het frisse geruis van bomen, de geur van de natuur, de kleur van avondrood, misschien was die sprong naar boven zo gek nog niet… zeker nu hij die lange pieptoon ontwaarde.

Iris Bakker www.levenswerken.eu

538

In de huisvestingswereld doet zich een merkwaardig fenomeen voor: als een druk mierenvolkje zijn mensen die gebouwen beheren en inrichten vaak geneigd om vooral VEEL te doen. Nadeel is dat door die veelheid de beoogde doelen niet meer worden bereikt. Door de talrijke bomen verdwijnent het bos en daarmee de doelen uit het zicht. Een aardig voorbeeld is een instelling waar men met enig enthousiasme het Healing Environment concept had omarmd. Men had zich met passie gestort op het inrichten van de stilteruimte. Een kunstenaar had zowel voor de toegangsdeuren als voor de raampartij een opvallend glas- en lood raam ontworpen met bonte kleuren variërend van rood, geel, groen tot intens blauw. Een tapijt met oosterse motieven bedekte de vloer. Aan het plafond hingen wat paarse, oranje en gele dromenvangers. Een oud oma stoeltje met Lodewijk XVe motieven met oranje geborduurd kussentje stond in een hoek. De vensterbank stond vol met planten: begonia’s, allerlei sprietenplanten, de ficus, cactussen, een geranium en nog wat ondefinieerbaar groen. De planten stonden in potten met bonte bloemmotieven en ander sieraardewerk. Aan de wand waren zes grote foto’s met boomstronken te zien. Aan de andere kant hing een olieverfschilderij van het Gardameer. Op een klein tafeltje met wit kanten kleedje lag een berg edelstenen: rozenkwarts, amethist, bergkristal, barnsteen … een flonkerend palet met een rijk kleurenspel. Op de grote tafel bedekt met een intens groen kleed stond een Mariabeeld en er lagen een drietal verschillende christuskruizen. Iets verderop stond een koperkleurig Boeddhabeeld. In een hoekje konden mensen aan de slag met waxinelichtjes en geurkaarsjes. Vlak ernaast lag een gedenkboek met een donkerrode leren omslag, waarin mensen hun gedachten konden schrijven. In een andere hoek stonden nog twee kasten. Naast de kasten stond een imposant wortelnotenhouten beeld. De ruimte was ongeveer 10 vierkante meter klein. De deuren stonden permanent open zodat de rolstoelgebruikers makkelijk naar binnen konden gaan. Tegenover de stilteruimte bevond zich de ICT-afdeling. Een energieke puistige jongeling was druk aan het prutsen met computers en vol overgave mee aan het schallen met een fikse discodreun van Radio 538.

Iris Bakker www.levenswerken.eu

De lift

Het is zeven uur in de ochtend. Bij meneer van Dam, gebouwbeheerder bij een van de grotere ministeries van Den Haag, gaat de pieper af. Lastig die piketdienst en helemaal vervelend nu hij zich net heeft verslapen. Er blijkt een storing te zijn in de lift. Hij haast zich naar zijn werk en daar wacht hem een werkelijk angstaanjagend bericht. De juffrouw van de receptie zegt dat ze de minister als laatste de lift heeft zien betreden en dat hij boven nog steeds niet is gesignaleerd. Meneer van Dam krijgt het warm. Koortsachtig gaat hij aan de slag. Hij mailt alle leden van het Facilitair Bedrijf welk probleem zich zojuist heeft voorgedaan. Hij mailt niet alleen naar het Algemeen Hoofd, maar ook naar Hoofd Catering, Hoofd PR, Hoofd Beveiliging, Hoofd Relaties, Hoofd Contracten. Hoofd Financiën, Hoofd Installaties, Hoofd Administratie… Jazeker, communicatie is een sleutelbegrip binnen zijn Facilitair Bedrijf.

Al snel komen de reacties op gang. Hoofd PR mailt als eerste terug. Omdat de minister die ochtend een lint zou doorknippen bij de eerste kringloopwinkel, zou Hoofd PR geheel volgens het protocol gaan regelen dat de Staatssecretaris dit zou gaan doen of anders misschien de Commissaris van de Koningin. De riante lunch zou hij aan het niveau laten aanpassen door Hoofd Catering, ook geheel volgens het protocol. Hoofd Beveiliging is in eerste instantie verheugd dat het beveiligingssysteem, dat op zijn initiatief is geïmplementeerd, werkt. Maar daar het hier toch wel een zeer serieuze zaak betreft, zou hij met zijn afdeling het rampenplan gaan screenen.
Hoofd Relaties is natuurlijk niet blij met het voorval. Hij mailt naar alle mensen die ook maar enigszins met politiek te maken hebben dat niemand zich zorgen moet maken. Hoofd Contracten bekijkt alle contracten met leveranciers in het algemeen en met liftleveranciers in het bijzonder. Zijn ze wel conform de standaard opgesteld, hoe zat het ook al weer met de garanties, de prestatieverklaringen en de aflooptermijnen? Kortom een aantal vragen die het nodige werk met zich meebrengen. Hoofd Financiën checkt nog eens de methodes voor betaalbaarstelling en controleert nog eens de concurrentieregelingen. En zo is iedereen de hele week druk bezig om zijn dossiers in drievoud op orde te brengen en tevens digitaal sluitend vast te leggen. Een fikse klus.

Maar wat iedereen vergat was dat de storing automatisch werd doorgegeven aan een degelijk maar klein onderhoudsbedrijf. En dat dat bedrijf net met zieken te maken had en dat de betrokken onderhoudsmonteur net een weekje op Schiermonnikoog zat. Maar verder was iedereen binnen het Facilitair Bedrijf in rep en roer en kweet zich naarstig van zijn takenpakket, de hele week lang.

En de minister? Die zit nog steeds in de lift….zo te ruiken

Plakje worst

Als je ouder wordt, blijkt het leven gewoon oneerlijk te zijn. Bij de slager krijg je opeens geen plakje worst meer, bij de bakker geen klein bolletje. En ondanks dat er ook voordelen zijn, want niemand knijpt je opeens in je kinnetje, zijn er bij het niet meer kind mogen zijn, vooral nadelen. Toen ik recent mijn zoveelste decennium vierde, heb ik dan ook gevraagd aan iedereen om een tekening voor mij te maken. In de kleuterklas gebeuren dit soort dingen spontaan en ik vond het wel zo gepast dit teken van spontaniteit bij het ouder worden nieuw leven in te blazen. Na her en der gepruttel en onzinnige argumenten dat men niet kon tekenen of geen papier had, zijn de mensen echter op een onvoorstelbare creatieve manier aan de slag gegaan. Ik ben dan ook overladen met enthousiasme, unieke ideeën en aandacht. Achteraf heb ik pas begrepen hoe briljant mijn idee was. Dat hoorde ik van mijn 86 jarige en tamelijk dove oom. Hij heeft ervan genoten hoe mensen onze oude feestschuur binnenkwamen met een trots gezicht, een sprankeling in de ogen en hunkerend om aan de kleuterjuf hun zelfgemaakte tekening te laten zien. ‘Kijk juf, dat heb ík voor jou getekend….’ En iedereen, ook mensen die elkaar in het geheel niet kenden, bewonderden elkaars creaties en lachten om de verhalen.
We denken vaak het eerst aan materie en aan een snel gekochte fles wijn die gedachteloos
verdampt. De kracht zit echter in de eenvoud die niets kost en gewoon voor je voeten ligt. Dat is overal mogelijk, ook in gesystematiseerde werkomgevingen met regels en normen. De wereld is kansrijk.

Iris Bakker www.levenswerken.eu

Trots

Recent kwam ik een geslaagde architect tegen. Met verve droeg hij zijn zelf bedachte statement uit : ‘Hoe minder mensen mee kunnen beslissen over het ontwerp, des te hoger is de kwaliteit van het gebouw’. Er klonk trots in zijn stem. Hij voegde er aan toe dat af en toe een voorzitter van de Raad van Bestuur aan hem vroeg wat hij dan moest zeggen als een van zijn medewerkers een ander idee had. ‘Gewoon: er is al besloten’. Hij deed dit in Dubai, hij deed dit in Sidney, in Massachusetts, in Tokio… en inderdaad als gevierde architect vloog hij de wereld over om de macht van zijn gewoonte te doen zegevieren. Nu heb ik een tijdje terug ook mee mogen helpen aan een ontwerp. We hebben een balie gemaakt, niet zomaar een balie, nee, een balie voor een klein gebogen vrouwtje met zo’n dikke bril. Ze had het syndroom van Down. We zijn bij haar gaan zitten. Ze wilde graag een fotootje van zichzelf zodat iedereen kon zien dat zij die dag de receptioniste was. We hebben de balie zo gemaakt dat dat kleine gebogen vrouwtje wat groter leek, dat de aandacht in de ruimte naar haar toeging, dat zij de zaakjes goed kon overzien en dat iedereen die binnenkwam ook duidelijk haar foto zag, want zij en alleen zij was de receptioniste van de dag. Ze kreeg ook een eigen lampje met een eigen knopje. Het was ergens zomaar in het midden van het land. Geen Dubai, geen Raad van Bestuur, geen statement, gewoon een mens met stralende oogjes… van trots.

Iris Bakker www.levenswerken.eu

Ophokplicht

Terwijl de Nederlandse kantorenmarkt weer langzaam uit de economische retraite klautert, getuigen de oplevingen niet echt van een vitaal karakter. Het kantorenvirus kent nog steeds de voor de mens meest gevaarlijke variant N5H5. Ingewijden weten dat dit de hoogste score is voor Niet Humaan (NH) huisvesten. De Gekke Vloerenziekte viert hoogtij: we zijn nog steeds trots op minimaal vierkante meter gebruik en die arme mevrouw Jansen die een fte heeft van 0,24 krijgt nog steeds geen eigen werkplek. Jammer voor mevrouw Jansen, want tijdens het vullen van de wasmachine thuis kreeg zij net een lumineus idee dat zij graag op haar kantoor wilde uitwerken. Maar helaas, het kwam er niet van, want ze vond geen passende werkplekwaar zij in alle rust haar idee vorm kon gaan geven en haar energie ging verloren aan de kantorenwaan van de dag. Jammer ook voor het bedrijf waar mevrouw Jansen werkt, want het verloren gaan van ideeën gaat ten koste van het innovatievermogen en de productiviteit.
Maar desalniettemin: het Nederlandse huisvestingsklimaat – ook al vormen die luttele vier-
kante meters in relatie tot de productieomzet en de jaarwinst ongeveer een zandkorreltje in de woestijn – kent nog steeds een droogteperiode, waarbij de huisvestingslasten nóg verder worden uitgeknepen, tot de laatste druppel olie, die juist de smeerolie vormt voor het bedrijf, is uitgeperst. Gék toch dat een alledaagse Nederlandse kip slechts enige weken per jaar geplaagd wordt door de ophokplicht, terwijl onze arme kantoormedewerker twaalf maanden per jaar aan die ophokplicht moet geloven. Die huisvestingswereld blijft daarmee toch maar een merkwaardig fenomeen.

Iris Bakker www.levenswerken.eu

Dokter Ferdinand

Vol overgave was de net afgestudeerde dokter Ferdinand begonnen in het verpleeghuis. Het viel hem niet mee. Veel oudjes hadden last van allerlei kwalen, voelden zich eenzaam en gaven zelfs te kennen dat ze levensmoe waren. Bovendien miste dokter Ferdinand zijn grote passie, de piano. Als hij ook maar ergens een piano zag staan, moest hij er gewoon op spelen. Zijn vingers werden als vanzelf naar de toetsen getrokken. Als medicus wist hij als geen ander wat muziek met mensen deed: stotteraars stotterden niet meer als ze liederen zongen en alzheimerpatiënten herinnerden zich weer wie ze waren zodra ze bekende oude deuntjes hoorden. Zou dat ook voor andere kwalen en gebreken gelden? Dokter Ferdinand besloot van de Noot een deugd te maken. Hij liet de oude zwarte piano met koperen kandelaars uit de kelder verplaatsen naar zijn spreekkamer en vroeg elke patiënt voor de behandeling een verzoeknummer in te dienen. Dokter Ferdinands pianospel was virtuoos; als een gepassioneerd pianospeler vlogen zijn vingers over de toetsen. Harmonieuze andantes en fortissimo’s wisselden elkaar af. Zijn patiënten zaten ontroerd met tranen in hun ogen te luisteren. Pas na de impromptu van Schubert, de 24 rozen van Toon Hermans of de Appassionato van Beethoven, vroeg dokter Ferdinand aan de patiënt wat hem of haar scheelde. Een opvallend fenomeen deed zich dan voor. Bedremmeld moesten de patiënten toegeven dat ze dat eigenlijk niet meer wisten en dat het dus niet zo erg kon zijn. Ze hadden zo genoten van het oorstrelende notenspel, dat ze zich hun klacht niet meer konden herinneren. Als ze later op hun kamer kwamen wisten ze het vaak wel weer, maar dan begonnen ze het allemaal wat te relativeren. Hun klacht kon immers niet ernstig zijn, als ze die net bij de dokter gewoon waren vergeten. Het zou dus allemaal wel mee vallen. Intussen was het pianospel van dokter Ferdinand zo populair geworden, dat de wachtruimte vol zat met mensen die alleen maar kwamen luisteren en genieten van het betoverende notenspel. Elke keer als een patiënt aan de beurt was, volgde er een verzoeknummer en na elke ‘Sjostakovitsj, André Rieu of een andante van Mozart, was het antwoord op de vraag van de dokter of hij ergens mee kon helpen, heel eenvoudig ‘Nee, niet dat ik weet’. Dokter Ferdinand had een uitzonderlijk placebo medicijn uitgevonden, niet alleen voor de patiënten, maar ook voor zichzelf. Nooit eerder was de wachtruimte zo overvol, nog nooit eerder was het doktersbezoek zo uitzonderlijk hoog en nog nooit eerder waren het welzijnsgevoel en de levensvreugde zo groot geweest.

Niet niets doen

Laatst was ik in de gezegende omstandigheid om een werkplekbezettingsmeting bij te wonen, zoals u weet een aardig woord voor mannetje aan de galg. Een jonge man kwam huppelend op mij af gewapend met blocknote waarop hij druk kruisjes zette. Hij noteerde of een werkplek was bezet en als dat zo was, wat die persoondan deed. Ik besloot een klein experiment te doen. Snel ruimde ik mijn spullen op, mobieltje, papieren en ging met glazige ogen zitten staren aan een volkomen leeg bureau. De jonge man kwam vlotjes aanlopen, hield zijn pas in en ik voelde uitdrukkelijk dat hij mij onderzoekend observeerde. Ik bleef echter onverstoorbaar voor mij uit staren, op zich geen ingewikkelde bezigheid. Toen ik de jonge man wegliep, vroeg ik hem wat voor soort activiteit hij nu bij mij had genoteerd. ‘Regulier kantoorwerk’ was het begrijpelijke antwoord. Vragend waarom hij niet ‘niets doen’ had aangekruist, gaf hij aan dat dat niet bestond.

Iris Bakker www.levenswerken.eu

Moeke en hond

Er schijnt vreemd genoeg algemene tevredenheid te bestaan over NEN 2748, een facilitaire onderverdeling die een eenduidige kostentoedeling mogelijk maakt. Sturen op kostenminimalisatie schijnt nog steeds de trend te zijn en biedt ruimte aan werkplekverdichting tot mensen blauw aanlopen, schoonmaak waar het sponsje dermate is uitgeknepen dat er een nieuwe kurksoort is ontstaan en een woestijnzand georiënteerd groenbeheer. Die hype van de geldpers is al merkwaardig ( sturen op productiviteitswinst is poundwise minder foolish), maar erger is dat nog steeds niemand is opgestaan om te melden dat er twee essentiële facilitaire producten volledig ten onrechte niet zijn opgenomen in de NEN.
Het gaat om het ‘ Matey Mother Concept’ ( ofwel de Mollige Moeke) en ‘Company Doggy Policy’ (de bedrijfshond). Moeke en hond hebben gezamenlijk de taak de informele communicatie en daarmee de cultuur na een periode van sociale droogte, te versterken. Omdat immers het kostenbeheersingstijdperk dermate is doorgeslagen hebben de medewerkers doodeenvoudig geen tijd gehad om zomaar iets tegen elkaar te zeggen wat niet vooraf in de projectplanning stond. Omdat dit dermate lang heeft geduurd, kent na een aantal personeelswisselingen, niemand meer iemand. Gelet op het groeiende belang van de knowledge industrie, met kennisoverdracht, en kennisverbreding als concurrentievoordelen, moet nu juist die sociale context weer leven worden ingeblazen. Moeke en hond gaan hiervoor zorgen. Moeke wordt geselecteerd op een aantal meer dan logische kenmerken: ze is niet alleen mollig en enigszins rondborstig. Haar vocabulaire bestaat met name uit de woorden: ’Nou je het zegt’ en ‘Heb jij weer!’ Verder heeft ze een aanstekelijke en resonerende schaterlach. Moeke brengt ’s morgens koffie met kletsmajoors rond en tussen de middag smeert zij de boterhammetjes tevredenheid. De hond heeft een hoog aaibaarheidsgehalte (geen naakthond dus), heeft enige omvang ( een chihuahua valt door de liftspleet), kwispelt empatisch ( geen teckel dus), heeft meditatieogen en is slim. Een border collie kan bijvoorbeeld 216 opdrachten onthouden, dus kan makkelijk
bij een beetje groot bedrijf de post distribueren. Dankzij moeke en hond, stijgt de sociale context tot een verbazingwekkend niveau, mensen worden milder, coöperatiever en socialer waardoor sneller beslissingen worden genomen en mensen weten beter van elkaar wat ze doen, kortom een eenvoudige weg tot productiviteitsmaximalisatie. Gelet op de eenvoud ga ik ervan uit dat de normcommissie deze twee facilitaire producten bij de komende update van NEN 2748 gewoon eventjes meeneemt.

Iris Bakker www.levenswerken.eu