Ophokplicht

Terwijl de Nederlandse kantorenmarkt weer langzaam uit de economische retraite klautert, getuigen de oplevingen niet echt van een vitaal karakter. Het kantorenvirus kent nog steeds de voor de mens meest gevaarlijke variant N5H5. Ingewijden weten dat dit de hoogste score is voor Niet Humaan (NH) huisvesten. De Gekke Vloerenziekte viert hoogtij: we zijn nog steeds trots op minimaal vierkante meter gebruik en die arme mevrouw Jansen die een fte heeft van 0,24 krijgt nog steeds geen eigen werkplek. Jammer voor mevrouw Jansen, want tijdens het vullen van de wasmachine thuis kreeg zij net een lumineus idee dat zij graag op haar kantoor wilde uitwerken. Maar helaas, het kwam er niet van, want ze vond geen passende werkplekwaar zij in alle rust haar idee vorm kon gaan geven en haar energie ging verloren aan de kantorenwaan van de dag. Jammer ook voor het bedrijf waar mevrouw Jansen werkt, want het verloren gaan van ideeën gaat ten koste van het innovatievermogen en de productiviteit.
Maar desalniettemin: het Nederlandse huisvestingsklimaat – ook al vormen die luttele vier-
kante meters in relatie tot de productieomzet en de jaarwinst ongeveer een zandkorreltje in de woestijn – kent nog steeds een droogteperiode, waarbij de huisvestingslasten nóg verder worden uitgeknepen, tot de laatste druppel olie, die juist de smeerolie vormt voor het bedrijf, is uitgeperst. Gék toch dat een alledaagse Nederlandse kip slechts enige weken per jaar geplaagd wordt door de ophokplicht, terwijl onze arme kantoormedewerker twaalf maanden per jaar aan die ophokplicht moet geloven. Die huisvestingswereld blijft daarmee toch maar een merkwaardig fenomeen.

Iris Bakker www.levenswerken.eu